14 begeleid wonen appartementen, 6 appartementen en 650 m² commerciële ruimte
Eigenaar: de Woonplaats te Enschede
Huurder: Estinea te Aalten
Ontwerp: voorjaar 2003
Huidige fase: Gerealiseerd
Winterswijk en haar industriële verleden:
in 1978 sloot de Tricotfabriek, in het voorjaar van 2003 verhuisde Blijdestein-Willink naar een nieuw gebouwd complex aan de westkant van Winterswijk. Op de zuidoost hoek van het terrein Blijdestein-Willink stond tot medio jaren 60 de villa van M. Willink, de Peperbus. Direct aan de rand van het dorpscentrum een gebied, van bijna 5 hectare, dat wacht op een nieuwe invulling. De herbestemming van de Tricotfabriek begint, na vele jaren van planontwikkeling, uiteindelijk vorm te krijgen. De positionering van alle nieuwbouw is overeenkomstig de historische structuur; de rationele ontwikkeling van een (uiteindelijk enorm) fabriekscomplex in de achtertuin van de fabrikantenvilla. De rooilijnen wijken af van de richting van de Groenloseweg, de Tricotfabriek blijft daarmee afleesbaar als een autonoom element in de geschiedenis van Winterswijk. Het complex De Peperbus sluit hier op aan en draagt bij. De oriëntatie van De Peperbus benadrukt en ondersteunt de relatie van de fabrikantenvilla met het Willinkplantsoen.
Het complex bestaat uit twee gebouwen. Peperbus 1, de hoofdmassa, biedt ruimte aan in totaal 12 wooneenheden, gemeenschappelijke ruimten en op de begane grond de zogenaamde woonwinkel van de woningbouwcorporatie De Woonplaats. In Peperbus 2 is op de begane grond een nader te bestemmen kantoor- en/of bedrijfsruimte voorzien, daarboven, over twee bouwlagen, in totaal 6 woonunits. De commerciële ruimte in Peperbus 1 heeft de toegang aan de Ravenhorsterweg. Peperbus 2 heeft de mogelijkheid tot een tweede entree aan de noordwest zijde van dit volume. Beide volumes hebben aan de zijde van de Groenloseweg een gebouw-brede voortuin. Op het plein worden bomen geplant. Fietsenstalling en containerruimte zijn in de bouwvolumes of ondergronds opgenomen.
Er is voor gekozen de verscheidenheid in materiaal- en kleurgebruik tot een minimum te beperken. In de gevels is in hoofdzaak baksteen (in één kleur), hout (naturel) en glas (helder) toegepast. De gemetselde gevels bestaan uit verdiepingshoge segmenten die afwisselend gedraaid staan ten opzichte van het eigenlijke gevelvlak. Door deze subtiele kantelingen is de lichtinval op de gevel steeds anders en ontstaat er een levendig gevelbeeld samengesteld uit één materiaal. Prefab beton vloerranden dragen de gemetselde segmenten. De raampartijen worden bekleed van plaatmateriaal met een houten toplaag. Uitgangspunt voor dit bouwplan is een meer stedelijke invulling dan het achtergebied: door bouwmassa's, terreininrichting, materiaalkeuze en detaillering in aansluiting op de Tricotfabriek en de groene long en als inleiding tot het dorpscentrum. (klik hier voor videopresentatie)
